Klasiena Soepboer (1989) studeerde van 2008 tot 2012 aan de Academie Minerva in Groningen. Na het winnen van het Coba de Groot Stipendium met haar afstudeertentoonstelling zette ze haar opleiding voort aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam, waarvan ze in 2015 afstudeerde. Solotentoonstellingen waren te zien in Museum Martena in Franeker (2013) en de Kruitmagazijnen in Gorinchem (2015). Verder nam ze o.a. deel aan groepstentoonstellingen als ‘Jong in Groningen’ in Galerie Noord in Groningen (2013), ‘Zeker 10’ in Galerie BAS10 in Sneek (2014) , ’Open Stal’ in Oldeberkoop (2015) en Beelden in Leiden (2016) . In het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag is van 2015 tot 2019 haar installatie ‘Ivichheid graach’ (‘Eeuwigheid graag’) te zien. Soepboer woont en werkt op Schiermonnikoog, waar ze een open atelier heeft.

Hoewel de natuur haar grootste inspiratiebron is, draait haar recentere werk om de bittere zoektocht naar identiteit. “Wanneer je dicht naast de natuur opgroeit leer je dat je als mens nietig bent. In Amsterdam, waar ik ook een tijd heb gewoond, is de mens overheersend. Deze twee werelden inspireren mij om in mijn werk te zoeken naar een plek waar beide werelden elkaar ontmoeten. Cultuur, verzamelen, magisch denken, rituelen en tradities, de relatie die wij hebben met de natuur, mijn vrouwelijkheid en kwetsbaarheid, angst voor vergankelijkheid en ‘de ander’ zijn elementen die ik daarvoor onderzoek en verbeeld. Instinctief werken is belangrijk onderdeel in mijn werk. Zo kom ik tot kennis die niet te verkrijgen is door intellect alleen. Het intellect kan daarna gebruikt worden voor een dieper begrijpen.

Als materiaal gebruikt ik vaak combinaties van keramiek met gevonden objecten. Het delicate fragiele materiaal van het keramiek gecombineerd met het ruige en waardeloze materiaal van de straat of van het strand. De klei vertelt mijn verhaal, het zijn mijn directe afdrukken. De gevonden materialen hebben hun eigen verhaal. Door deze twee werelden met elkaar te combineren ontstaat er een nieuwe waarheid en krijgen de materialen een nieuwe waarde.”


 
 Foto: Tryntsje Nauta